Intro A E A Refrein A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, hebben altijd mot, ze hebben altijd strijd. A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, dus er is geen plek voor tederheid. Couplet 1 D A Benny zegt: Je bent een infantiele domme zeug, E A goed ik ben nog wel met jou, maar dat is tegen heug en meug. D A In mijn dromen duw ik hongerige dieren in je kont en B E dan word ik wakker met een blije glimlach op mijn mo-o-ond. Refrein A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, hebben altijd mot, ze hebben altijd strijd. A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, dus er is geen plek voor tederheid. Couplet 2 D A Giselle zegt: Ik zie je niet als man, maar als bediende. E A Als je weer eens ligt te huilen ga ik neuken met je vrienden. D A Je bent slapper dan je vader was en dat was al een zak, B E die je moeder haatte en z'n vingers in je zusje sta-a-ak. Refrein A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, hebben altijd mot, ze hebben altijd strijd. A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, dus er is geen plek voor tederheid. Couplet 3 D A Benny zegt: Die geur van jou gaat mijn verstand te boven, E A hoe kan iemand die je ruikt erna nog in een god geloven? D A En ik neem mijn vrouw niet kwalijk dat ze soms een beetje zweet, B E maar lieverd jij hebt daar geen recht op, want je doet geen ene reet. Refrein A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, hebben altijd mot, ze hebben altijd strijd. A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, dus er is geen plek voor tederheid. Couplet 4 D A Giselle zegt: Ik bid tot alle goden dat je sterft, E A aan die hartafwijking die je van je moeder hebt geerfd. D A Ik weet nog toen ze dood ging, ik was dronken van geluk. B E Maar als jij straks ligt te rotten kan mijn leven niet meer stuk-u-uk. Refrein A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, hebben altijd mot, ze hebben altijd strijd. A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, dus er is geen plek voor tederheid. Couplet 5 D A Benny zegt: Er is geen man die naar je kan verlangen, E A nu je slappe memmen ongeveer tot op je knieën hangen. D A En ik wil je niet meer zien en mijn herinneringen wissen, B E en al stond je in de fik dan zou ik nog niet op je pisse-e-en. Refrein A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, hebben altijd mot, ze hebben altijd strijd. A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, dus er is geen plek voor tederheid. Couplet 6 D A Giselle zegt: Het heeft geen zin om tegen je te praten, E A je bent minder dan een mug, ik kan je zelfs niet meer haten. D A Als je werk'lijk zou bestaan dan sloeg ik nu nog op de vlucht, B E want je bent niets, je bent een nul, je bent nog leger dan de lu-u-ucht. Refrein A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, hebben altijd mot, ze hebben altijd strijd. A E A Benny en Giselle hebben altijd ruzie, dus er is geen plek voooooooooooooooooooor tederheid. Outro A Benny en Giselle zijn ten do-o-ode opgeschreven, D A want ze kunnen niet meer met, maar ook niet meer zonder mekaar leven. A A Dus de ee-ee-een zou moeten buigen of de ander moeten breken, D E D A/C# A maar dat het echte liefde is, dat is nu wel gebleke-e-en.