Intro A D G C C A D G C C Verse 1 A D We kunnen het niet verstoppen want ge ziet het aan ons koppen G C dat wij zijn geboren in de tijd A D van juist na de tweede wereldoorlog, da’s al lang geleden, G C ja, wij zijn zo stilaan een antiquiteit. A D Ons wiegske was geschilderd in de vrolijkste kleuren G C maar die verf die zat vol met lood A D en we reden mee met auto’s zonder airbags of gordels G C ja, normaal gezien waren wij nu dood. Refrain E Am We dronken water van de tuinslang en we sjotten door de ruit van D G de gebuur die achter ons zat over ’t plein; F C A die sloeg dan op ons billen, ja, ge moest ons horen gillen D G C A ’t is een wonder dat w’er nu nog zijn, D G C ja, het is een wonder dat w’er nu nog zijn. Verse 2 A D Een zeepkist zonder remmen of in ’t Albertkanaal gaan zwemmen, G C zonder ziek te worden van de kou; A D we waren ridders zonder paarden en met zelfgemaakte zwaarden G C sloegen we mekaar bont en blauw. A D Bij ons maten gingen we zomaar langs d’achterdeur naar binnen G C en niemand vond dat frank of onbeleefd; A D heel de namiddag op stap, zonder GSM op zak, G C ik weet niet hoe we ’t hebben overleefd. Refrain E Am Niemand had video of internet, we maakten met ons vrienden pret, D G we smoorden sigaretten in ’t geheim; F C A bij de meisjes mochten we komen zonder pillen of condomen, D G C A ’t is een wonder dat w’er nu nog zijn, D G C ja, het is een wonder dat w’er nu nog zijn. Interlude E Am D G F C A D G C A D G C Bridge A D Als ge zijt opgegroeid lijk wij zijt dan gelukkig en zijt blij G C dat ge nog rustig kon ravotten op de straat; A D voor dat ons leven werd besmet door reglementen en de wet, G C de verzekeringen en de advocaat. Outro E Am En al zijt ge soms niet mee als zo'n jonge gast iets zegt D G over downloaden of duizend megabyte; F C A g'hebt toch ook wel ervaren dat de wijsheid komt na jaren, D G C A over vijftig jaar is dees den ouwen tijd, D G C A over vijftig jaar is dees den ouwen tijd, D G C G C en ik zen blij dat ik er nog bij mag zijn.