Verse 1 G D Wanneer het afscheidsuurtje slaat D7 G en iemand van je henen gaat, D7 G misschien voor lange tijden, A7 D dan kijk je zo elkaar eens aan. A7 D Je schaamt je eig'lijk voor een traan, A7 D je wilt nog groot doen, beiden. D7 G Een vliegeniersvrouw kust haar man, A7 D een kleine storing straks en dan A7 D zal het geen weerzien geven. A7 D Ze zegt: zul je voorzichtig doen? A7 D en denkt: misschien is deze zoen A7 D een afscheid voor het leven. Chorus G Am D7 G Scheiden doet lijden, afscheid brengt leed, G Gm D7 D7 G lang kan het duren eer je vergeet. G Am D7 B7 Em Iets wat je lief was ging van je heen; Am D+5 G D7 G scheiden doet lijden voor iedereen. Verse 2 G D Wanneer een huwelijk is gestrand D7 G dan gaan twee mensen scheiden, want D7 G modern zijn onze zeden. A7 D Wanneer zijn koffers 't huis uit gaan A7 D zegt hij, en blijft nog even staan, A7 D “vergeten we ’t verleden.” D7 G Ze antwoordt niet, van haat vervuld, A7 D ze laat hem gaan, hij was de schuld A7 D dat zo de band moest breken. A7 D En 't kind zegt 's avonds: Paps is weg, A7 D maar Mammie, waarom huil je, zeg? A7 D Maar Mammie kan niet spreken. Chorus G Am D7 G Scheiden doet lijden, afscheid brengt leed, G Gm D7 D7 G lang kan het duren eer je vergeet. G Am D7 B7 Em Iets wat je lief was ging van je heen; Am D+5 G D7 G scheiden doet lijden voor iedereen. Verse 3 G D Ik had er eens een ouwe hond D7 G die liep de laatste jaren rond D7 G met allerhande kwalen. A7 D En toen het zo niet langer kon A7 D liet ik hem voor het eind begon A7 D naar een asyl weghalen. D7 G 'k Zie nog die trouwe hondekop, A7 D hij sloeg zijn bruine ogen op A7 D en stond mijn hand te likken. A7 D Het was alsof hij zeggen wou: A7 D dat had ik nooit verwacht van jou. A7 D 'k Stond als een kind te snikken. Chorus G Am D7 G Scheiden doet lijden, afscheid brengt leed, G Gm D7 D7 G lang kan het duren eer je vergeet. G Am D7 B7 Em Iets wat je lief was gaat van je heen; Am D+5 G D7 G scheiden doet lijden voor iedereen.