Intro C C C C Verse 1 C A Dm G C Ze zeggen het al jaren: er is iets grondig mis met het weer; A Dm G C als we ’t milieu niet kunnen sparen, dan verdrinken w' allemaal ongeveer. Em Am Em Am Of misschien komt er op termijn ne reusachtige woestijn, Em Dm G C één ding is zeker: ook al wordt het geen moeras, Dm G C 't zal nooit niet meer worden wat dat 't was. F G C C7 We voelen alle dagen de verandering van 't klimaat F G C C7 en volgens de professors is 't nu al veel te laat, F G C Am 't zal mijn tijd wel duren, maar wat gebeurt er dan F C G C met Lennert en Anna, Dora en Marjan, F C G C Lennert en Anna, Dora en Marjan? Verse 2 C A Dm G C Nen brief of een gesprek, dat is al lang niet meer in trek in onze tijd, A Dm G C Facebook en Twitter, ja, dat is de nieuwe realiteit. Em Am Em Am Maar een goed verteld verhaal, de schoonheid van de taal, Em Dm G C 't wordt allemaal geofferd en op 't altaar gezet Dm G C van de machtige God van 't internet. F G C C7 Die kinderen weten meer van een computer af dan ik, F G C C7 dat vind ik wel OK, maar voor iets anders heb ik schrik, F G C Am want als de meester niet kan schrijven, wat gebeurt er dan F C G C met Lennert en Anna, Dora en Marjan, F C G C Lennert en Anna, Dora en Marjan? Interlude Em Dm G C F G C C Verse 3 C A Dm G C Als ik die kinderen zo vrolijk zie spelen met een oude kartonnen doos, A Dm G C dan weet ik: z’ hebben niet veel nodig want hun fantasie is grenzeloos. Em Am Em Am Maar eens worden ze groot, misschien zijn wij dan dood, Em Dm G C tegen dan moeten ze stevig op hun eigen benen staan. Dm G C Kunnen ze de wereld dan wel aan? F G C C7 Hopelijk vinden z'alle vier uiteindelijk hun draai, F G C C7 zonder mee te doen aan al 't gesjoemel en gegraai. F G C Am Wij zullen ons best doen zolang als 't nog kan F C G C voor Lennert en Anna, Dora en Marjan, F C G C Lennert en Anna, Dora en Marjan.