Intro | D | G | A7 | D A7 | Verse 1 D G Overal in de grote stad lopen meisjes rond lijk een mannekensblad, A7 D A7 ik zie ernaar maar 'k kan er niks mee doen. D G Als ze gaan dansen is 't voor de chic en voor hun eigen te laten zien A7 D D7 en als ze met ene vrijen is 't voor de poen. Chorus G D Geeft mij die kleinen engel, ze doet mij aan den hemel denken, A7 D D7 één die ook nog schoon is van dichtbij. G D Rond langs hier en rond langs daar, roze kaakskes en schoon lang haar, A7 D A7 ziedewel, dat is juist een meisje voor mij. Verse 2 D G 'k Zag er één in een kermistent, ze zei tegen mij : ge zijt ne schone vent A7 D A7 en ik ging mee naar hare studio. D G Daar gekomen had zij bezwaren, ze zei : wat zijde gij voor ne rare, A7 D D7 ge rijdt niet met een auto maar met een velo. Chorus G D Geeft mij die kleinen engel, ze doet mij aan den hemel denken, A7 D D7 één die ook nog schoon is van dichtbij. G D Rond langs hier en rond langs daar, roze kaakskes en schoon lang haar, A7 D A7 ziedewel, dat is juist een meisje voor mij. Verse 3 D G 'k Heb er één in 't park gezien, mijne God, dat was een seksmachien, A7 D A7 ze zat na twee minuten aan mijn zij. D G 't Was in 't midden van de lente, ze knipte oogskes naar de venten, A7 D D7 ze deed een heel gevaarlijk voorstel aan mij. Interlude | G | D | A7 | D D7 | | G | D | A7 | D A7 | End-Chorus G D Geeft mij die kleinen engel, ze doet mij aan den hemel denken, A7 D D7 één die ook nog schoon is van dichtbij. G D Rond langs hier en rond langs daar, roze kaakskes en schoon lang haar, A7 D ziedewel, dat is juist een meisje voor mij, A7 D A7 D ziedewel, dat is juist een meisje voor mij.